GLADYS_ILLUSTRATIE-03.png

LEES OOK OP CHARLIE MAGAZINE

Ik ben een big girl!

GEPUBLICEERD OP CHARLIE MAGAZINE

Bijna twintig jaar geleden is het inmiddels, dat medisch onderzoek op de lagere school. Terwijl mijn klasgenootjes en ik op onze beurt wachtten in de gang, vroeg een van de jongens naar mijn gewicht. Ik antwoordde zonder aarzelen. Mijn klasgenoten lachten, maakten kotsgeluiden. Ik begreep er niets van. Waarom deden ze zo vreemd?

Daarna werd het medisch onderzoek iets om te vrezen. Steeds weer dook die vervloekte groeicurve op, waar ik ‘op vlak van gewicht toch redelijk wat boven zat’. Dat ontging ook de jongens uit mijn klas niet, die van iedere gelegenheid gebruik maakten om mij te laten weten dat ze mij vies vonden. Ze wilden niet met mij samenwerken, mij niet aanraken. Als ik mijn toets op het bureau van de juf had gelegd, wilden ze die van hen daar niet bij leggen. Alsof mijn extra kilo’s besmettelijk waren. De enige jongen die lief deed was Oktai, die dan ook mijn allereerste crush werd. Maar Oktai was best populair en vond alleen paardrijdende meisjes leuk die in de jeugdbeweging zaten, meisjes die niet bang waren voor het medisch onderzoek. Ik was niet dat meisje.

“Mijn klasgenoten lachten, maakten kotsgeluiden. Ik begreep er niets van.”

De dag waarop mijn klasgenoot naar mijn gewicht vroeg, was de eerste keer dat ik besefte dat mijn lichaamsbouw buiten de grenzen valt die volgens mijn omgeving en de rest van de wereld aanvaardbaar zijn. In mijn tienerjaren herinnerde mijn omgeving me er voortdurend aan dat hoe ik eruitzag, niet normaal was. Soms ‘goedbedoeld’, zoals mijn papa die opmerkte dat werkgevers liever slanke mensen aannemen en dat mannen niet vallen op dikke meisjes. Soms ronduit wreed, zoals klasgenoten die vroegen of ik zwanger was.

 

ALS IK HEEL STIL BEN, MERKT NIEMAND IETS

Ook als volwassene kreeg ik regelmatig ongevraagd advies. Enkele jaren geleden zat ik met een vriend op restaurant toen hij opeens opmerkte dat het ‘beter zou zijn als ik een beetje gewicht zou verliezen’. Krak. Dit was iemand wiens mening ik zo ongelooflijk belangrijk vond en iemand van wie ik dacht dat hij daar nooit iets over zou zeggen. Ik herhaal ook: we zaten op restaurant. Hoe kan je denken dat het gepast is om zoiets te zeggen op het moment dat die persoon aan het eten is?

Hij vroeg me of ik zijn opmerking grof vond. Ik deed alsof het me niet raakte. Toen hij vroeg waarom ik gestopt was met eten, nam ik snel nog wat rijst om niet uit mijn rol te vallen. Ik wilde niets liever dan naar huis gaan, mijn volledige maaginhoud uitkotsen en in foetushouding in bed gaan liggen. Ik heb me zelden zo slecht gevoeld, maar ik kon dat niet tonen.

Ik hoopte dat het moment zo snel mogelijk voorbij zou gaan. Dat hoe meer ik mijn gewicht negeerde, hoe meer anderen dat ook zouden doen. Dat zolang ik er zelf niets over zei, niemand zou merken dat ik er ‘niet normaal’ uitzag.

MIJN AFSCHRIKWEKKENDE LICHAAM

Dat was natuurlijk niet zo. Ze merkten het wél en hadden er ook iets over te zeggen. Dat is nog steeds zo. Een tijd geleden zei mijn broer dat ik geen lief had omdat ik ‘een mooi gezichtje heb, maar dat mijn lichaam mensen afschrikt’. Hij had dat besproken met andere mensen, en dat was het unanieme besluit geweest. Het was niet de eerste keer dat een familielid met zo’n advies kwam aanzetten, maar ik voelde me toch behoorlijk rot. Ik stelde me altijd een broer-zusrelatie voor waarbij de broer zou vinden dat zijn zus een topwijf was en dat geen enkele man goed genoeg zou zijn voor haar, maar de mijne meende overduidelijk dat geen enkele zichzelf respecterende man mijn fat ass ooit zou willen.

“Het voelde iedere keer alsof ik die liefde niet verdiende. Alsof ik minder recht had op affectie dan iemand anders.”

Het ergste aan zulke commentaren is dat ik ze begon te geloven. Als ik verliefd was en mijn gevoelens niet beantwoord werden, dacht ik: ‘Ik ben best lief en grappig en we kunnen het supergoed met elkaar vinden, dus kan er maar één minpunt zijn: ik ben te dik voor hem. Waarom zou hij mij willen als hij ook een slank meisje kan krijgen?’

Het voelde iedere keer alsof ik die liefde niet verdiende. Alsof ik minder recht had op affectie dan iemand anders. Alsof ik mijn standaarden serieus zou moeten verlagen om ooit van ’t straat te geraken. Alsof het idioot was dat ik mezelf heel even had laten denken dat het wél kon. Alsof ik mijn plaats moest kennen. Meisjes als ik konden ‘de beste vriendin van’ zijn. Of one of the guys. Maar nooit het lief.

Overal hoor ik dingen die dat idee versterken. Mijn vriendinnen noemen elkaar vaak mooi of aantrekkelijk. Tegen mij zeggen ze dat nooit. Een mooi gezicht? Ja. Mooie kleren? Ja. Aantrekkelijk? Nee. Chunky zijn kan nooit gelijk staan aan aantrekkelijk zijn. Nooit helemaal. Voor iemand als ik is er altijd ruimte voor verbetering.

ROCK DIKKE WIJVEN

Inmiddels weet ik beter: ik ben een fucking catch en ben dat altijd al geweest. Iedereen heeft een beeld van wat voor ‘type’ man of vrouw ze aantrekkelijk vinden, ik ook, maar dat plaatje speelt geen rol wanneer je echt verliefd wordt. Natuurlijk moet er fysieke aantrekkingskracht zijn, maar niemand op wie ik al verliefd ben geweest, leek ook maar in de verste verte op het plaatje van ‘de ideale man’ dat ik ooit had. Tóch vond ik dat steeds de mooiste man op aarde. Want dat is hoe liefde werkt. Als iemand je niet wil omdat je te mager, te dik, te groot of te klein bent, dan is dat their loss.

Dat we dat niet beseffen, blijkt uit de manier waarop wij naar gewicht kijken en erover praten. Het zit ‘m soms in heel kleine dingen. Wanneer ik zeg dat ik Adele een supermooie vrouw vind en mensen reageren met ‘Ahja, die heeft wel een mooi gezichtje’. Wanneer ik merk dat veel modetrends niet aan mij besteed zijn, zoals die keer dat ik op zoek ging naar kniehoge laarzen. Wanneer vrouwen vanaf maat 44 geen trouwkleren vinden in ‘normale’ winkels.

“Ik leef al 26 jaar in dit lijf. Het is echt niet zo dat ik door jouw opmerking opeens het licht ga zien.”

Het zit ‘m soms ook in minder kleine dingen. Toen ik enkele zomers geleden aan het chillen was op de weide van Rock Werchter, vond een passerende man het gepast om naar zijn vriend te roepen dat het ‘hier vol met dikke wijven ligt’. Hier geen ‘goede bedoelingen’: hij wilde me vernederen. Deze man zag mij als minder mens dan de rest.

Waar halen vreemden en vrienden het recht om zich te bemoeien met het lichaam van anderen? Waar halen mensen dat zelfvertrouwen? Degenen die zulke uitspraken doen, zijn meestal ook niet bepaald Idris Elba. En dan nog. Ik leef al 26 jaar in dit lijf. Het is echt niet zo dat ik door jouw opmerking opeens het licht ga zien. Zoals ik onlangs iemand hoorde zeggen: ‘As long as I’m not sitting on your face, what the fuck is it to you?’

Dat mensen van wie ik houd, en die nog nooit aan ‘die kant van de curve’ gezeten hebben toch opmerkingen blijven maken, komt volgens mij deels doordat ze niet beseffen hoe ik hun woorden ervaar. Bijvoorbeeld wanneer vriendinnen in mijn bijzijn debatteren of ze het koekje bij de kofje zullen eten, want daar word je misschien dik van. Of wanneer zij me een meenemen naar een winkel die geen kleding groter dan maat 40 heeft en dan verbaasd zijn als zij tien jurkjes vasthouden en ik niets gevonden heb. Ik heb een vriendin eens gevraagd om in zo’n boetiek kleren voor mij te zoeken. Na een kwartier gaf ze het op en was ze totaal geschokt.

 

MIJN INNERLIJKE TWEESTRIJD

Een paar keer ben ik zó hard aan het lijnen geslagen dat ik tussen de twintig en dertig kilo afviel. Ik kreeg langs alle kanten complimentjes, ik paste in alle leuke kleren in de winkel, en ik voelde me verschrikkelijk. Ik had constant honger, eten was een grotere obsessie dan ooit en ik voelde me helemaal niet mooier dan daarvoor. Maar je bent slanker, dus je bént mooier, toch? Tenzij je al ‘te mager’ bent, natuurlijk. Dan is het ook weer niet goed en moet je bijkomen, maar ook weer niet te veel. Want je kan nooit iedereen plezieren. Om Dita Von Teese te quoten: ‘You can be the ripest, juiciest peach in the world, and there’s still going to be somebody who hates peaches.’

Hoewel ik me daar steeds meer van bewust word, is het toch iedere zomer opnieuw een drempel om met blote armen naar buiten te gaan. Ik wil niet dat iedereen mijn chicken wings ziet. Wanneer de plus size meisjes die ik op Instagram volg fier poseren in bikini op het strand, ben ik hun grootste supporter. Wanneer ik op vakantie naar het strand moet, is dat sterven. Op restaurant met vrienden die magerder zijn dan ik durf ik geen gerecht te bestellen dat ongezonder is dan dat van hen. Wanneer de rest van de tafel zegt dat ze geen dessert meer hoeven, durf ik niet te zeggen dat ik de chocolade moelleux op het oog heb.

“Het is moeilijk om niet toe te geven aan het idee dat ik pas serieus genomen zou worden als ik er ‘normaal’ uitzie.”

Dat klinkt allemaal zeer tegenstrijdig, en dat is het ook. Enerzijds ben ik zelfverzekerd. Anderzijds vecht ik nog iedere dag tegen het idee dat de wereld mij niet mooi vindt, of toch niet mooi genoeg. Het is verschrikkelijk moeilijk om niet toe te geven aan het idee dat ik pas écht serieus genomen zou worden als ik er ‘normaal’ uitzie. Dat ik dan mijn familie niet meer zou teleurstellen. Dat ik dan de liefde die ik krijg pas écht verdiend heb.

IK ZIE MEZELF GRAAG

Het wordt iedere dag beter, want ik besef hoe langer hoe meer dat al die onzekerheden te maken hebben met hoe anderen naar mijn lichaam kijken, of met hoe ik dénk dat anderen naar mijn lichaam kijken. Niet met hoe ik mezelf zie. Want hier komt het straffe: ik vind mezelf mooi. Voor mij hoeft er niets te veranderen. Misschien is dat arrogant, maar dat interesseert me niet. Ik vind mezelf mooi. En ik eet graag. Big whoop.

Ja, ik zou zelfverzekerder zijn in bikini als ik magerder was, maar eerder omdat ik dan niet bang zou zijn voor lelijke commentaren dan omdat ik mezelf mooier zou vinden. Ja, ik zou in meer mooie kleren passen, maar dat is omdat de mode beperkt is en gericht op vrouwen met maten 34-40. Ja, misschien vinden andere mensen mij mooier wanneer ik slanker ben. Ik niet. Zelf zou ik vooral veel honger hebben. Dus nee, bedankt.

“Het is zo’n gigantisch cliché, maar het leven is veel te kort om bezig te zijn met hoe mooi ‘de jury’ jou vindt.”

Tot voor kort had ik me nooit kunnen inbeelden dat ik dit stuk zou schrijven, laat staan dat ik het zou delen met de buitenwereld. Alleen al met de titel zou ik het moeilijk gehad hebben. Iedere zomer voel ik me beter en vorige vakantie ben ik voor het eerst in jaren in zwemkledij op het strand gaan liggen. Voor mij was dat een grote stap.

Ik probeer mezelf te omringen met mensen die een positieve invloed hebben op mijn zelfbeeld. Vrienden die ook zelfverzekerd zijn, zoals mijn vriendin die ‘I’m fat‘ in haar Tinderbio zette om misverstanden te voorkomen. Op sociale media volg ik vrouwen die eruitzien zoals ik en die daar trots op zijn. Dat helpt. Maar vooral vertel ik mezelf keer op keer dat je nooit voor iedereen goed kan doen. Het is zo’n gigantisch cliché, maar het leven is veel te kort om bezig te zijn met hoe mooi ‘de jury’ jou vindt. Je hebt evenveel recht op liefde als iemand anders. Doe waar je zin in hebt. Eet dat koekje dat bij de koffie zit. Shake that booty.

Ik ben er nog niet, maar ik best goed op weg. En nu ga ik eten, want ik heb een hongerke.